De mooiste vrouwen ter wereld

Circassische danseres in actie in Amman, Jordanië.

De dorpen in Sotsji, waar de Olympische Winterspelen plaatsvinden, behoorden ooit toe aan de Circassiërs, tot de tsaristische legers in 1864 de bevolking vermoordden of verscheepten naar het Ottomaanse Rijk. Het bergvolk uit de Noordelijke Kaukasus was tot daarvoor in Europa bekend om zijn bloedmooie vrouwen. Ze hadden een blanke huid, blozende wangen en ravenzwart haar.
 
De Circassische vrouw was, zo zei men, de meest blanke van het gehele Kaukasische ras. In de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts en des métiers van Denis Diderot (1713 – 1784) staat dat de mannen bij de Circassische Tartaren nogal lelijk zijn, terwijl bijna alle vrouwen er zeer mooi zijn. In de zomer dragen ze enkel een katoenen hemd, samengebonden ter hoogte van de navel. In de winter dragen ze kleren die lijken op die van de Russinnen. Ze bedekken het hoofd met een soort zwarte muts die hen zeer goed staat. Rond de hals dragen ze snoeren van zwarte parels die verschillende malen rond de nek zijn gedraaid zodat de schoonheid van hun hals nog beter uitkomt. De kleur van hun huid is lelieblank en rose, hun haren en hun ogen zijn van het mooiste zwart ter wereld.

De meisjes werden thuis opgeleid tot geoefende concubines en door hun ouders of broers verkocht als seksslavin

En ook in het uitgebreide oeuvre van die andere Franse verlichte geest, Voltaire, duiken de Circassische vrouwen geregeld op. In de elfde van zijn beroemde brieven schreef Voltaire dat de Circassiërs arm zijn en hun dochters zeer mooi. Ze maken er zelfs hun voornaamste handel van. Ze leveren schoonheden aan de harems van de Turkse sultan en de Safi van Perzië en aan al diegenen die rijk genoeg zijn om dergelijke precieuze handelswaar te kopen en te onderhouden. Zonder bijbedoelingen en in alle eerbaarheid onderwijzen ze hun dochters in een zeer zinnelijke en vrouwelijke manier van dansen om op de meest voluptueuze wijzen de zinnen op te wekken van de hooghartige meesters aan wie ze zijn toegewezen. Deze arme wezentjes herhalen elke dag met hun moeder hun les zoals bij ons de kleine meisjes hun catechismus van buiten leren, zonder goed te begrijpen waar het om gaat.
 
Ook de Britse romantische dichter Lord Byron bezong de schoonheid van deze vrouwen, en zijn voorbeeld werd gevolgd door veel Europese dichters, schrijvers en schilders.
 
Mythe of werkelijkheid?
 
Op het einde van de achttiende eeuw was de Circassische schoonheid een goed geïntroduceerd begrip in Europa. De vrouwen hier lieten zich allerlei drankjes en lotions aansmeren die hen de gegeerde schoonheidskwaliteiten moesten bezorgen: een blanke huid, rozige wangen en donker haar. Zoals het brouwsel Liquid Bloom, zogezegd gemaakt van een plant uit Circassië, dat onmiddellijk een blos van rurale schoonheid op de wangen toverde, die niet verdween met zweet of zakdoek.
 
Niet toevallig was Europa op dat moment in de ban van het oriëntalisme. Rijke burgervrouwen richtten hun huizen op oosterse wijze in en kleedden zich naar Turks voorbeeld. Veel schilders trokken naar het oosten om er het leven op doek vast te leggen en kwamen onder meer terug met portretten van Circassische meisjes in de Turkse paleizen.
 
Maar hebben deze fabelachtige vrouwen ook echt bestaan? Of was het een mythe, gegroeid uit dat oriëntalisme? In het begin van de twintigste eeuw verwijst Elsevier de wondermooie vrouwen naar het rijk der fabelen: De harem van sprookjesdichters en genreschilders, waar de in zijden broeken en gazen sluiers gehulde blonde Circassische vrouwen bediend worden in hun zinnelijk niets-doen door sombere eunuchen of halfnaakte Nubische negerinnen behoort voorgoed tot het rijk der verbeelding en dan nog enkel tot dat der gewaagde kostschoolromannetjes.
 
Maar de Britse reiziger Edward Daniel Clarke is op het eind van de achttiende eeuw heel stellig in zijn boek Travels in Russia, Tartary and Turkey: De mooie gelaatstrekken en lichaamsvormen waarvoor de Circassiërs al zo lang geprezen werden, waren duidelijk. Ze hebben arendsneuzen, hun wenkbrauwen zijn mooi regelmatig gebogen, ze hebben smalle lippen, hun tanden zijn opmerkelijk wit, en hun oren zijn niet zo groot en afstekend als die van de Tartaren, hoewel ze het hoofd geschoren hebben. De vrouwen zijn misschien de mooisten ter wereld. Ze hebben een betoverende blik en erg fijne gelaatstrekken. De beste voorbeelden van de beste schilders die een Hector of een Helena afbeeldden, konden niet mooier zijn dan wat we zagen in de gevangenissen van Ekaterinadara, waar zich gewonde, gevangengenomen Circassiërs bevonden, zowel mannen als vrouwen, die in de boeien aan elkaar geketend waren, terwijl ze daar wegkwijnden en door ziekte en ellende gepijnigd werden.
 
Turkse harem
 
De Circassische schoonheden hebben dus wel degelijk bestaan en waren omwille van hun schoonheid een belangrijk onderdeel van de Turkse harem. Ze waren vaste klanten in de harems van het Topkapipaleis van de Ottomaanse sultans en in de slaapkamers van de Verheven Porte, de regering van het Ottomaanse rijk. Volgens veel waarnemers stonden deze blanke vrouwen helemaal bovenaan in de hiërarchie van de oosterse harems en keken zij neer op de andere haremvrouwen.
 
Ook werden deze Circassische schoonheidskoninginnen over het algemeen niet na militaire raids bij de haren naar de Turkse harems en bordelen gesleurd. Meestal gingen de Turken deze meisjes gewoon in Circassië kopen. Daar bestond van oudsher een bloeiende handel in vrouwen. De adel had er geen moeite mee om de dochters van hun onderdanen te verpatsen. Maar nog vaker werden de Circassische meisjes, die door hun familie waren opgeleid tot geoefende concubines, door de familie zelf aan de man gebracht. Hun ouders of hun broers hadden in het overwegend islamitische Circassië het recht om hun ‘eigen bloed’ te versjacheren.
 

 
Er doen ook verhalen de ronde over Circassische meisjes die de eer en de opbrengsten aan zichzelf hielden en uit vrije wil in de harems stapten omdat ze daar een leven van luxe en overvloed vonden dat ze in Circassië nooit konden bereiken. Sommigen keerden na een aantal jaar uit Turkije terug als dames van aanzien met een klein fortuin op zak.
 
Blank mensenvlees
 
De aanwezigheid van deze vrouwen in de harems van het Ottomaanse rijk, dat zich toen tot aan de poorten van Wenen uitstrekte, was de reden van de hele Circassische hype in Europa. Het rijk werd tegelijk als een bedreiging gezien voor Europa en zijn christelijke, blanke cultuur. Men was er dan ook niet gelukkig mee dat de mooiste blanke vrouwen op de slavenmarkten van Istanboel werden verkocht.
 
Blank mensenvlees was nooit zo goedkoop als vandaag, schreef The London Post in de jaren 1850. Nochtans was de handel verboden door de Ottomaanse regering. De markt wordt overspoeld. Vroeger was een mooi Circassisch meisje nog 100 Britse ponden waard. Nu krijg je haar voor nog geen 5 pond, want deze creaturen eten de handelaars de oren van de kop en moeten dus de deur uit. Deze zeer lage prijzen trekken een dubieus cliënteel aan. Vroeger kon een Circassische slavin er in Turkije min of meer zeker van zijn dat ze terecht zou komen in een nette familie, waar ze niet alleen kon rekenen op een goede behandeling, maar ook op status en zelfs op fortuin. Bovendien gooien veel Turken hun zwarte slaven op de markt omdat ze een goedkoop Circassisch meisje willen. De markt wordt dus ook overspoeld door zwarte, vaak zwangere vrouwen. Maar die blijken onverkoopbaar en worden dus geweigerd door de handelaars. Waarom Turken geen zwangere zwarte vrouwen willen? Je ziet er nauwelijks mulatten, hoewel veel zwarte vrouwen samenleven met hun Turkse eigenaars. Ik zeg zonder meer dat die kinderen worden vermoord. Er is nauwelijks een familie in Istanboel die niet naar infanticide grijpt in dergelijke gevallen. Spijt of schaamte kennen ze niet. Dit soort artikelen kaderde in de aanloop naar de Krimoorlog, die in 1853 uitbrak tussen het Britse imperium en het Ottomaanse rijk.
 
De handel in blanke slavinnen heeft ongetwijfeld echt bestaan, maar nam mythische proporties aan en werd vervolgens een klassieker in extreemrechtse en racistische kringen. De vaststellingen en theorieën van antropoloog Johann Friedrich Blumenbach, die mensen onderverdeelde in rassen op basis van onder meer metingen van de schedel (zie ‘Het verheven ras’) gaven er een (pseudo)wetenschappelijke basis voor.
 
Op het eind van de negentiende eeuw kookte de Angelsaksische volkswoede opnieuw over, onder meer na een artikelenreeks in de krant. Uitbaters van circussen en freakshows zagen er wel brood in en pakten plots allemaal uit met blanke vrouwen die waren ontsnapt aan de wrede seksuele slavernij in Turkse harems en bordelen. De circusdirecteurs hadden echter geen flauw idee hoe zo’n Circassische vrouw eruit moest zien en lieten hun fantasie de vrije loop. Ze huurden lokale vrouwen in die er erg bleek moesten bij lopen en voorzien werden van in pure afrostijl opgepompt zwart kroezelhaar, oriëntaalse pofbroeken en doorzichtige jurken. Met gekruiste benen zaten ze op een podium aan een waterpijp te lurken. Voorzien van namen als Zula Zeleka, Zana Zanobia en Zalumna Agra werden deze meisjes voorgesteld als de zuiverste voorbeelden van het Kaukasische ras die waren verkocht op de slavenmarkten van Istanboel. Dat deze vrouwen hoegenaamd niet leken op de echte Circassische vrouwen, deed er niet toe.
 
Golan
 
Vandaag wordt het woord caucasian in de Verenigde Staten nog gebruikt om iemand met een blanke huidskleur aan te duiden, maar voor de rest zijn het bijvoeglijk naamwoord Kaukasisch en het Kaukasische ras een beetje in onbruik geraakt, vooral omdat de term wetenschappelijk niet echt deugdelijk is gebleken. Een opdeling in rassen is weinig relevant en kan in evolutionaire termen als behoorlijk banaal worden omschreven. De verschillen zijn gewoon niet groot genoeg om te kunnen doorwegen. Raciale opdelingen zoals die in de negentiende eeuw opgeld maakten, worden nu enkel nog gebruikt door figuren met andere dan wetenschappelijke bedoelingen.

De Circassiërs wilden de Golanhoogvlakte tot hun grondgebied maken

En ook de Circassische vrouw als ideaal en het Europese dwepen met die Circassische vrouw zijn in de twintigste eeuw helemaal verdwenen – op een aantal oprispingen in het Duitsland der nazi’s na. Referenties naar de Circassische schoonheid zijn nauwelijks nog te vinden. Alhoewel … Boris Johnson, de behoorlijk geschifte burgemeester van Londen, beweert dat zijn betovergrootmoeder een Circassische slavin was.
 
En waar zijn die Circassische schoonheden nu? Voor het merendeel in de diaspora. De Circassiërs leven verspreid over de halve wereld: in de Kaukasus natuurlijk, maar er bestaan ook grote Circassische gemeenschappen in Jordanië, Syrië, Libanon, Egypte, Israël, Libië en zelfs in Macedonië en in de Verenigde Staten.
 
In de jaren 1930 waren ze de grootste bevolkingsgroep in de Syrische stad Alkoeneitra op de Golanhoogvlakte. Ze probeerden toen van de Franse kolonisator te verkrijgen dat de Golan het nieuwe nationale territorium van de Circassiërs zou worden.
 
Dat gebeurde niet. Alkoeneitra werd na de Jom Kipoeroorlog in 1973 volledig vernield door de terugtrekkende Israëlische soldaten. De stad werd nooit heropgebouwd. Vandaag is ze een soort monument, bewoond door een handjevol families. Maar of de vrouwen er nog zo mooi zijn?
 
Circassiërs
 
De Kaukasus, tussen de Zwarte en de Kaspische Zee, is een kolkende vulkaanmond. Al eeuwenlang ligt het gebied op het raakvlak van botsende religies (christendom/islam) en ambitieuze mogendheden (het Perzische en het Ottomaanse rijk, de Sovjet-Unie). Ook vandaag wordt de Kaukasus heen en weer geslingerd tussen Rusland en de Navo. De woeste bergstreek is zelf een geagiteerde mengelmoes van volkeren, talen en culturen. Meer dan vijftig bevolkingsgroepen leven er door elkaar, ook Russen en kozakken, die onder Stalin gedwongen zijn verhuisd.
 
De term Circassië slaat op een gebied in het noordwesten van de Kaukasus, nabij de Zwarte Zee en de vlakte voor het Kaukasusgebergte. Dit is het oorspronkelijke thuisland van de Circassiërs, een verzameling volkeren die behoren tot de Abchazo-Adegeïsche taalgroep. Tot de Circassiërs rekent men:
 
- de Tsjerkessen, die Kabardijns spreken en overwegend in Karatsjaj-Tsjerkessië wonen, een autonome republiek binnen de Russische Federatie, waar ze overigens niet meer dan 10% van de bevolking uitmaken.
 
- de Kabardijnen, die eveneens Kabardijns of Oost-Circassisch spreken. In Rusland zijn ze nog met een kleine 400.000 en ze wonen voor het merendeel in de autonome repu-bliek Kabardino-Balkarië. Er leven echter ook Kabardijnen in Syrië en in Turkije. Daar hebben een kleine 150.000 Circassiërs zich in en rond Kayseri in Anatolië gevestigd.
 
- de Adygeërs, die Adyghe of West-Circassisch spreken en ook over een eigen autonome republiek beschikken: Adygea, een enclave in de Russische regio Krasnodar waar ze nog met 200.000 wonen.
 
- de Sjapsoegen, de oorspronkelijke kustbewoners die eveneens Adyghe spreken en nu voornamelijk wonen in de enclave Adygea. Een handjevol overleeft in Krasnodar in de badstad Sotsji, waar in 2014 de Winterspelen zullen plaatsvinden. De Sjapsjoegen hebben het hardst te lijden gehad onder de Russische expansiedrift. Zij werden zo goed als volledig uitgeroeid door de tsaristische Russen.
 
Het overgrote deel van de Circassiërs zijn soennitische moslims, alhoewel er in de republiek Noord-Ossetië ook Kabardijnen zijn die het orthodoxe christendom aanhangen, en een aantal Circassiërs nog steeds zeer antieke culten belijdt van lang voor de komst van de monotheïstische godsdiensten.


Reageer via Facebook