| Share

Tachtig kaarsjes voor de oerknal

Op 9 mei 1931 verscheen in het tijdschrift Nature een lezersbrief waarin de Belgische astronoom George Lemaître de idee van de oerknal en het uitdijende heelal introduceerde.

Lemaître (Charleroi, 1894), priester-professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, staat in de natuurkundeboeken als de vader van de oerknaltheorie, de baanbrekende idee dat het universum lang geleden begon met een enorme explosie van een soort oeratoom. Na de explosie ontstonden tijd en ruimte. In het Nature-artikel klinkt het zo: ‘If the world has begun with a single quantum, the notions of space and time would altogether fail to have any meaning at the beginning; they would only begin to have a sensible meaning when the original quantum had been divided into a sufficient number of quanta. If this suggestion is correct, the beginning of the world happened a little before the beginning of space and time.’

Astronoom Fred Hoyle, notoir tegenstander van een dergelijk dynamisch universum, noemde het later smalend de ‘big bang’. Maar die naam deed de bekendheid van Lemaîtres oerknaltheorie alleen maar toenemen.

Lemaîtres geesteskind is een mijlpaal in de wetenschapsgeschiedenis. Altijd werd het universum als statisch en onveranderlijk beschouwd. Maar in de jaren 1920 merkten astronomen, onder wie Edwin Hubble, dat er wel degelijk iets veranderde aan het firmament: de sterrenstelsels leken zich van elkaar te verwijderen, en bij verscheidene objecten in de ruimte was er een roodverschuiving van het uitgezonden licht te zien. Het was de verdienste van Georges Lemaître dat hij deze aanwijzingen op de juiste manier wist te interpreteren. (rvb, sst)

 

 

 

Reageer via Facebook