Hoeveel sneller kunnen topsprinters nog rennen?

Nederlandse statistici berekenden het ultieme wereldrecord voor topsprinters. Opvallend: de absolute maximale snelheid die ze vaststelden, ligt niet ver van het huidige record.

Beeld: Atleet Usain Bolt tijdens de Olympische Spelen in Beijing in 2008.

Hoe dicht zitten toppers in de 100 meter sprint - zoals Usain Bolt, Christian Miller of Florence Griffith Joyner - bij de absolute limiet van menselijke snelheid? Wiskundigen John Einmahl (Tilburg University) en Yi He (Universiteit van Amsterdam) zochten het uit.

De onderzoekers gebruikten daarvoor geavanceerde statistische technieken, meer bepaald een methode gebaseerd op ‘heterogene extreme-waardenstatistiek’ die zich op de uiterste prestaties binnen een dataset richt.

Ze analyseerden duizenden prestaties van topatleten tussen 1991 en 2023. Ze namen daarbij niet alleen hun persoonlijke records mee, maar breidden hun dataset uit met meerdere snelle tijden per atleet. Hun basisidee was dat iedere atleet een theoretisch best mogelijke tijd heeft en dat de ultieme wereldrecordtijd vervolgens kan worden bepaald als het minimum van deze best mogelijke tijden van alle topatleten.

Het absolute maximum

Voor mannen schatten Einmahl en He het ultieme wereldrecord op 9,56 seconden. Daarnaast berekenden ze dat 9,49 seconden een conservatieve ondergrens is, wat betekent dat het vrijwel uitgesloten is dat een mens binnenkort sneller dan 9,49 seconden zal lopen. Opvallend genoeg ligt dit slechts fracties van een seconde onder het huidige wereldrecord van 9,58 seconden dat Usain Bolt in 2009 vestigde.

Voor vrouwen schatten ze het ultieme wereldrecord op 10,34 seconden, met een conservatieve ondergrens van 10,20 seconden. Dit suggereert dat er nog enige ruimte is om het huidige wereldrecord van 10,49 seconden - gelopen door Florence Griffith Joyner in 1988 - te verbeteren.

Volgens de onderzoekers bevestigen de resultaten dat Usain Bolt en Florence Griffith Joyner grensverleggende atleten waren die dicht bij het absolute maximum van menselijke snelheid presteerden, maar dat er nog verbetering mogelijk is, ook al zijn de marges daarvoor klein. Maar ze tonen ook aan dat het vrijwel uitgesloten is dat een mens binnenkort sneller dan 9,49 seconden over de 100 meter zal lopen.