Al 33 miljoen jaar in vermomming

Zweefvliegen bootsen al minstens 33 miljoen jaar wespen na om roofdieren af te schrikken.

Het fenomeen waarbij een ongevaarlijk dier lijkt op een gevaarlijkere soort om predatie te voorkomen, wordt Batesiaanse mimicry genoemd.​ De zweefvlieg is een heel bekend voorbeeld, misschien dan vooral omwille van onze angst voor wespen die wel pijnlijk kunnen steken. Als je goed kijkt, kan je een zweefvlieg en een wesp vlot onderscheiden, maar het vraagt toch wat aandacht. Die misleiding helpt de zweefvlieg om te ontsnappen aan hongerige vogels. Momenteel worden zangvogels beschouwd als de belangrijkste evolutionaire motor achter de vermomming, maar de vondst van een fossiele zweefvlieg in Tsjechië betwijfelt die theorie.

Het goed bewaarde fossiel met een ‘wespenkostuum’ is 33 miljoen jaar oud. Die leeftijd is opmerkelijk, want 33 miljoen jaar geleden waren zangvogels nog niet de dominante jagers voor zweefvliegen. Het fossiel suggereert bijgevolg dat niet zangvogels, maar andere vogels of roofinsecten de zweefvlieg ‘motiveerden’ om op een gevaarlijke wesp te gaan lijken. Mogelijk bleef de vermomming onveranderd toen de zangvogels groter werden in aantal. Het onderzoek is gepubliceerd in het vakblad Current Biology.