‘Elke euro die we investeren in ruimtevaart, krijgen we drie tot vier keer terug’

Bemande ruimtevaart is duur en nog steeds een beetje gevaarlijk. Toch plannen de VS, Europa en zelfs China en India na meer dan vijftig jaar opnieuw mensen op de maan. Frank De Winne, voormalig astronaut en nu verantwoordelijk voor ruimte-exploratie bij het opleidingscentrum van ESA, legt uit waarom astronauten belangrijk zijn voor de toekomst van onze planeet.

In 2021 lanceerde ESA, het European Space Agency, een oproep voor kandidaat-astronauten, de eerste sinds 2008. Twintigduizend mensen wilden naar de ruimte, en maar zes waren uitverkoren voor de eerste astronautenklas. Bij hen is onze landgenoot, de breinwetenschapper Raphaël Liégeois. De vorige Belgische astronaut, Frank De Winne, is tegenwoordig onder andere verantwoordelijk voor de publiekswerking van het EAC – het trainingscentrum voor de Europese astronauten – en werkt mee aan onderzoek naar de gezondheid van iedereen die de ruimte in gaat of ging.

Op een ijzige januaridag krijgt Eos van De Winne een rondleiding in het opleidingsgebouw tussen de grijze industrie van de Keulse voorstad, en in de LUNA-faciliteit, dat de omstandigheden op de maan simuleert. Bij de zes astronauten van de eerste klas zijn opvallend veel wetenschappers, terwijl vijftig jaar geleden vooral piloten, zoals De Winne zelf, astronaut werden. Wordt er nu op wetenschappelijke kennis geselecteerd? ‘We zoeken vooral mensen met operationele vaardigheden, mensen die een experiment kunnen uitvoeren. Astronauten moeten vooral met hun handen werken.’

Waarom stuurt ESA – nu, na al die jaren – mensen de ruimte in?

‘Er zijn vier officiële doelen. Het eerste is wetenschap. Kennis vergaren. Het tweede is innovatie. Voor ruimte-exploratie moeten we nieuwe systemen ontwikkelen. Die innovatie brengt ook letterlijk op voor de maatschappij. Voor elke euro die we investeren in ruimtevaart, krijgt de gemeenschap drie tot vier euro terug in jobs en in kennis. In bepaalde sectoren, zoals telecommunicatie, is het meer, zowat zes op een. Voor bemande ruimtevaart is dat een beetje minder, maar zelfs daarvoor is dat twee tot drie op een.’

‘De derde reden is internationale samenwerking. Het ruimtestation is een voorbeeld van hoe landen met tegengestelde ideeën kunnen samenwerken. De ruimtevaart heeft altijd wat boven de politiek gestaan. Zelfs in de Koude Oorlog is er Apollo-Sojoez geweest. Vandaag is het natuurlijk een beetje moeilijk met Rusland, maar in de toekomst willen we verder samenwerken.’

‘En het vierde aspect is inspiratie. Raphaël zit daar aan zijn computer. Hij heeft gekozen voor studies in de wetenschap, omdat hij geïnspireerd was door mijn vlucht twintig jaar geleden. Nu is hij zelf astronaut en wetenschapper. Ook als mensen niet in ruimtevaart gaan werken is het belangrijk dat ze interesse hebben in technologie, in wetenschap, want dat is de enige manier waarop we de crisis van vandaag gaan oplossen. We moeten technologie ontwikkelen om ons te beschermen tegen de effecten van klimaatverandering, en daarom moeten we jonge mensen inspireren om voor die technologische en wetenschappelijke richtingen te kiezen. Voor mij is de ruimtevaart een van de manieren waarop je dat kan doen.’

Omdat het tot de verbeelding spreekt?

‘Het spreekt enorm tot de verbeelding.’

‘Het ruimtestation is een voorbeeld van hoe landen met tegengestelde ideeën kunnen samenwerken’

Hoe komt het dat ruimtevaart de innovatie zo sterk aandrijft?

‘In die extreme omstandigheden in de ruimte ben je het verplicht om oplossingen te zoeken. De gemakkelijke oplossing, olie of gas uit de grond halen, is er niet. We willen bijvoorbeeld naar de maan op een duurzame manier, daar gedurende maanden opereren en wetenschappelijk onderzoek doen. Hoe ga je daar je energie opwekken? Hoe geraak je aan zuiver water op de maan? Meer dan een miljard mensen hebben vandaag op onze planeet niet dagelijks toegang tot zuiver drinkbaar water. De zaken die we dus moeten oplossen als we aan ruimte-exploratie doen, kunnen we op aarde inzetten. We recyclen negentig procent van het water aan boord van het ruimtestation. In onze steden zouden we dat ook veel meer moeten doen.’

‘Veel van de innovatie in de ruimte hangt samen met het feit dat je een mens in leven moet houden.’

Astronauten zijn dus ook een beetje proefkonijnen?

‘Ze zijn natuurlijk ook proefkonijnen. We doen veel medische wetenschap op onszelf in de ruimte. Je kan een sonde naar de maan sturen. Als die crasht, en dat is al gebeurd, dan is dat één dag in het nieuws. Mensen kan je niet laten crashen op de maan. Die moet je trouwens ook in leven houden, daarvoor hebben ze zuurstof en warmte nodig. Als er wat minder elektriciteit is en de sonde bevriest, pech, maar dat wil je niet met mensen. Daarom tilt bemande ruimtevaart de innovatie en de veiligheid die je moet inbouwen naar een veel hoger niveau.’

Hoe voelt het om in de ruimte te zijn?

‘Dat is heel plezierig en natuurlijk ook stresserend. Je gaat daar op wetenschappelijke missie. Veel wetenschappers hangen af van hoe jij werkt. Dat geeft je een gevoel van verantwoordelijkheid. Het is ook altijd nog een beetje gevaarlijk om naar de ruimte te vliegen. Maar het is een droom, en als je die kan waarmaken, dan ben je heel blij. En dan ben je ook bereid om daar heel hard voor te werken.’

Het volledige interview met Frank De Winne lees je in het nieuwe nummer van Eos Wetenschap. Daarin vind je een volledig dossier over ruimte: